Wat is het verschil tussen CST, CPS en WT bij shock-olie?

Bij het vullen van schokdempers zie je verschillende aanduidingen op flesjes schokdemper olie: CST, CPS en WT. Ze hebben allemaal betrekking op de dikte (viscositeit) van de olie, maar komen uit verschillende meetsystemen. Dit kan verwarrend zijn. Hieronder leggen we de verschillen uit.

CST (Centistokes)

  • Officiële SI-eenheid voor viscositeit.
  • Wordt steeds vaker gebruikt, vooral door Europese en Aziatische merken.
  • Hoe hoger het getal, hoe dikker de olie (bijv. 300 CST = dun, 600 CST = dikker).
  • Voordeel: internationaal eenduidig en betrouwbaar.

CPS (Centipoise)

  • Ook een officiële eenheid, nauw verwant aan CST.
  • In de RC-wereld praktisch gelijk aan CST bij siliconenolie.
  • Richtlijn: 1 CPS ≈ 1 CST.

WT (Weight)

  • Oudere, informele aanduiding, vaak gebruikt door Amerikaanse merken (o.a. Team Associated, Losi).
  • Geen exacte eenheid – kan per fabrikant verschillen.
  • Voorbeeld: 30 WT van merk A kan dunner of dikker zijn dan 30 WT van merk B.
  • Tegenwoordig steeds vaker vervangen door CST om verwarring te voorkomen.

Vergelijkingstabel (indicatief)

CST CPS WT (ongeveer)
20020015 WT
30030020 WT
40040025 WT
50050030 WT
60060035 WT
70070040 WT

Let op: WT-waarden verschillen per fabrikant. CST en CPS zijn consistenter.

Conclusie

CST en CPS zijn officiële, vrijwel identieke eenheden en daarmee het meest betrouwbaar. WT is een oudere aanduiding die kan variëren per merk. Gebruik bij voorkeur CST- of CPS-waarden voor consistente resultaten in je schokdempers.